ECLI:NL:RBDHA:2024:2919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij asielaanvraag
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 22 februari 2024 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De staatssecretaris informeerde de rechtbank dat eiser op 17 januari 2024 met onbekende bestemming uit de opvang was vertrokken, hetgeen werd bevestigd door een screenshot van de COA-registratie. De gemachtigde van eiser meldde dat hij sinds 15 januari 2024 geen contact meer had met eiser en geen informatie had over diens verblijfplaats, waardoor hij eiser niet kon informeren over de zitting.
De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat wanneer een vreemdeling die bescherming zoekt in Nederland met onbekende bestemming vertrekt zonder dit te melden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming. Aangezien geen contact meer bestaat tussen eiser en zijn gemachtigde en geen verblijfplaats bekend is, oordeelt de rechtbank dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde.