ECLI:NL:RBDHA:2024:2836
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelt dat hij in Duitsland onjuist is geïnformeerd, vernederd en bedreigd, en dat de registratie van zijn asielaanvraag door de grenspolitie mogelijk onrechtmatig is. Tevens beroept hij zich op familiebanden in Nederland en artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag in Nederland te laten behandelen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat de registratie van zijn aanvraag rechtsgeldig is. De familiebanden zijn onvoldoende om overdracht aan Duitsland te weigeren. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De rechtbank benadrukt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en wijst erop dat eiser zich bij problemen tot Duitse autoriteiten kan wenden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.