ECLI:NL:RBDHA:2024:2803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser, een Tunesische asielzoeker, diende op 16 december 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 30 januari 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat Tunesië een veilig land van herkomst is. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting op 22 februari 2024 was eiser niet aanwezig. De gemachtigde gaf aan dat hij de dag voor de zitting nog contact had gehad met eiser, maar niet wist waar eiser verbleef. De staatssecretaris had gemeld dat eiser sinds 2 februari 2024 met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank overwoog dat als een asielzoeker zonder mededeling aan de staatssecretaris vertrekt, dit doorgaans betekent dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat de gemachtigde niet kon bevestigen dat eiser nog in Nederland verbleef of contact onderhield over de procedure, concludeerde de rechtbank dat het procesbelang ontbrak.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging zij niet inhoudelijk in op de overige aangevoerde gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.