Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
“Op dinsdag 30 januari 2024, omstreeks 08:10 uur waren wij, verbalisanten (…), wij waren gekleed in herkenbaar politie-uniform en rijdend in een herkenbaar politie dienstvoertuig, belast met de algehele surveillance in Utrecht. (…) Op voornoemde dag, datum en tijdstip, waren wij bezig met een surveillance ronde. Wij reden langs de Synagoge op de [adres] te [plaats] . Aldaar zagen wij een man opvallend heen en weer lopen in de [straat] . Ambtshalve is ons bekend dat er in de huidige situatie in de wereld hier een dreiging op kan staan.”
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 13 februari 2024;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.530,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-.