ECLI:NL:RBDHA:2024:258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis met oplegging dwangsommen
Eiser heeft op 24 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, maar heeft geen besluit genomen. Eiser stelde verweerder op 15 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende meer dan twee weken daarna het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Dit is een langere termijn dan de standaardtermijn van twee weken, gelet op de bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging van asielgerechtigden.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd van € 1.442 en legt een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500. De rechtbank wijst het verzoek van eiser om griffierechtvrijstelling toe en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 437,50. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.