ECLI:NL:RBDHA:2024:2560
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling voor zes minderjarige kinderen
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes minderjarige kinderen. De instelling baseert het verzoek op een recente Veilig Thuis-melding en zorgen over mogelijke huiselijk geweld en ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling voeren de ouders verweer. De moeder benadrukt dat er geen recente incidenten zijn en dat de hulpverlening goed verloopt, waarbij zij en de kinderen vrijwillig meewerken. De vader stelt dat hij geen onveilige situatie ziet en werkt aan zichzelf.
De kinderrechter stelt vast dat sinds de laatste melding geen nieuwe meldingen zijn binnengekomen en dat onverwachte huisbezoeken geen verontrustende signalen opleverden. De ouders hebben positieve stappen gezet en zijn bereid de hulpverlening voort te zetten in het vrijwillig kader. De hulpverlening kan zonder belemmeringen worden voortgezet.
Gezien het ontbreken van actuele onveiligheid en de bereidheid van ouders tot medewerking, is niet langer voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven op 14 februari 2024 en schriftelijk vastgesteld op 26 februari 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van actuele onveiligheid en voldoende bereidheid van ouders tot vrijwillige hulpverlening.