Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Kameroens meisje geboren in 2010, verzocht om een verblijfsvergunning als pleegkind bij haar adoptievader, referent, die sinds 2011 in Nederland woont. De minister wees de aanvraag af op grond van het pleegkinderenbeleid omdat niet was voldaan aan de voorwaarden dat het kind al feitelijk deel uitmaakte van het gezin en er sprake was van hechte persoonlijke banden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij in Kameroen al deel uitmaakte van het gezin van referent, mede omdat referent op afstand woonde en de moeder de verzorging op zich nam. Ook was onvoldoende bewijs dat er een onaanvaardbare toekomst voor eiseres in Kameroen was, aangezien naaste familieleden mogelijk voor haar konden zorgen.
Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde wegens onvoldoende motivering van het besluit en het niet meenemen van de adoptie-uitspraak, concludeerde zij dat er onvoldoende hechte persoonlijke banden bestonden tussen eiseres en referent. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro slaagde daarom niet. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van de weigering in stand en veroordeelde de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard maar de weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand wegens ontbreken van hechte persoonlijke banden.