Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
voorgeschrevendat het verzoek om internationale bescherming met een officieel rapport kan worden ingediend. Uit zowel de Engelse tekst van dit artikel als uit het arrest Mengesteab, overweging 101, volgt dat artikel 6, vierde lid, van de Procedurerichtlijn verschilt van artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening omdat in artikel 6, vierde lid, van de Procedurerichtlijn enkel rekening kan worden gehouden met een door de autoriteiten opgesteld document als het nationale recht daarin
voorziet. Naar het oordeel van de rechtbank voorziet het nationale recht in deze mogelijkheid. Dat licht de rechtbank hierna toe.
zo snel mogelijkin te dienen. In de zaak van eiser zit er twee maanden tussen het uiten van de asielwens en het ondertekenen van het M35-H formulier. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet zo snel als mogelijk. Dat er in de zomer van 2023 problemen waren in Ter Apel doet daar niet aan af. Die problemen zijn het gevolg van beslissingen genomen door verweerder en de rechtbank ziet niet in waarom dat voor rekening van eiser moet komen. Eiser heeft in dit kader op de zitting onbetwist gesteld dat een groep asielzoekers, die twee dagen na hem in Ter Apel zijn aangekomen, binnen twee dagen in de gelegenheid werden gesteld om het M35-H formulier in te vullen en hij pas twee maanden later aan de beurt was. Daaruit blijkt dat het in de praktijk en in de periode dat eiser zijn asielaanvraag had ingediend, het wel degelijk mogelijk was om asielzoekers zo snel mogelijk in de gelegenheid te stellen om het M35-H formulier in te vullen.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit, gegrond;
- vernietigt het alsnog genomen besluit voor zover dat ziet op de ingangsdatum van de verblijfsvergunning;
- bepaalt dat de verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van 7 augustus 2022, geldig tot 7 augustus 2027;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaatst treedt van het vernietigde gedeelte van het alsnog genomen besluit; en,
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten van eiser.