ECLI:NL:RBDHA:2024:22930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na intrekking besluit verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf had en werd bevolen Nederland te verlaten. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. Tijdens de procedure over het beroep heeft eiser gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij van 2016 tot en met 2022 in Nederland heeft gewerkt. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat door de intrekking van het besluit het beroep zijn doel heeft bereikt en dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat er geen connexiteit meer is.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet hoeft te worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, omdat de intrekking van het besluit niet het gevolg is van erkenning van onrechtmatigheid, maar van het aanleveren van nieuwe feiten tijdens de beroepsprocedure. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.