ECLI:NL:RBDHA:2024:22826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat een lidstaat een asielaanvraag niet in behandeling neemt indien een andere lidstaat verantwoordelijk is. Nederland heeft Frankrijk verzocht de aanvraag over te nemen, en Frankrijk heeft dit verzoek geaccepteerd.
Eiser stelde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid omdat onvoldoende rekening was gehouden met zijn individuele omstandigheden die hij tijdens het aanmeldgehoor had aangegeven. De rechtbank oordeelde echter dat het voornemen en het uiteindelijke besluit voldoende gemotiveerd zijn, ook al is de motivatie enigszins algemeen en standaardmatig. De minister heeft in het bestreden besluit de redenen concreet en expliciet uiteengezet.
De rechtbank verwees daarbij naar relevante jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die de motivering van dergelijke besluiten bevestigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, wat betekent dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is en dat eiser kan worden overgedragen aan Frankrijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.