ECLI:NL:RBDHA:2024:22707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens niet voldoen aan voorwaarden voortgezet verblijf
Eiseres, een Poolse gemeenschapsonderdaan, verblijft sinds 2019 in Nederland en heeft tot januari 2023 legaal in loondienst gewerkt. De minister stelde bij besluit vast dat zij geen rechtmatig verblijf meer heeft omdat zij sinds januari 2023 geen legale arbeid meer verricht en zich niet als werkzoekende bij het UWV heeft ingeschreven.
Eiseres voerde aan dat zij wel als werknemer of werkzoekende met een reële kans op werk moet worden beschouwd en dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een vertrektermijn van een maand afdoende is. Ook stelde zij dat de minister haar belangenafweging ten onrechte in haar nadeel heeft laten uitvallen, onder meer door het niet betrekken van haar medische situatie.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij aan de voorwaarden voldoet voor voortgezet verblijf. De minister mocht aannemen dat zij niet voldeed aan de vereisten voor werknemer of werkzoekende. De belangenafweging is naar het oordeel van de rechtbank zorgvuldig gemaakt, mede omdat eiseres geen medische stukken heeft overgelegd. De opgelegde vertrektermijn is passend en het besluit voldoet aan de wettelijke vereisten, inclusief de informatieplicht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van haar rechtmatig verblijf wordt bevestigd.