Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Inleiding
- 1 mini telefoon;
- 1 ledger;
- 12 verschillende bankpassen;
- 1 cadeaukaart;
- 5 paar schoenen;
- 1 muts;
- 4 jassen;
- 2 tassen;
- 1 portemonnee.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten is beslag gelegd op diverse goederen van de klager, waaronder elektronica en kleding. De klager diende een beklag in tot teruggave van deze goederen, met name de laptop, iPhone 14 en winterjassen, vanwege persoonlijk belang en noodzaak.
De rechtbank behandelde het beklag en stelde vast dat het EOB geheimhouding van het onderliggende onderzoek beoogde, waardoor de klager geen inzage kreeg in het dossier. De rechtbank benadrukte dat zij slechts formeel toetst aan de voorwaarden voor erkenning en uitvoering van het EOB en niet aan de materiële gronden voor het bevel, die exclusief aan de uitvaardigende staat toekomen.
De officier van justitie voerde aan dat de klager niet ontvankelijk is voor een deel van de goederen omdat deze niet van hem zijn verklaard. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beklag deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond. De beslaglegging en overdracht zijn volgens de rechtbank rechtmatig geschied en er zijn geen weigeringsgronden aanwezig. Het belang van strafvordering in België wordt geacht aanwezig te zijn.
De beslissing bevestigt de beperkte toetsingsbevoegdheid van de Nederlandse rechter bij EOB’s en onderstreept het belang van wederzijdse erkenning binnen de EU. De klager krijgt geen teruggave van de goederen toegewezen.
Uitkomst: Het beklag tegen beslaglegging wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond, waardoor het beslag blijft gehandhaafd.