ECLI:NL:RBDHA:2024:22589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen
Eiseres, voormalig pedagogisch medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke en psychische klachten. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, waarbij eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat haar klachten onvoldoende waren meegenomen, met name haar paniekaanvallen, slaaptekort en fysieke beperkingen door galblaas- en bekkenklachten.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) voerde aanvullend onderzoek uit, inclusief lichamelijk onderzoek en het opvragen van medische informatie. De arbeidsdeskundige stelde een lichte verhoging van de arbeidsongeschiktheid vast, maar nog steeds onder de 35%. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat de fysieke en psychische beperkingen adequaat zijn meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en dat er geen medische onderbouwing is voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wijst het beroep af, verklaart het ongegrond en bepaalt dat eiseres geen recht heeft op vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.C. Bannink op 19 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.