ECLI:NL:RBDHA:2024:22535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid bedreiging en militaire dienstplicht
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende op 19 augustus 2024 een asielaanvraag in die door de minister op 9 september 2024 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 27 november 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
Eiser stelde bedreigd te worden door familie vanwege een erfenis en vreesde vervolging wegens weigering militaire dienstplicht. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de bedreigingen onvoldoende onderbouwd en niet eenduidig waren. Er ontbraken objectieve documenten en de inconsistenties in verklaringen maakten het relaas ongeloofwaardig.
Ten aanzien van de militaire dienstplicht was er geen bewijs van ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren of persoonlijke vervolging. De minister mocht aannemen dat dienstplichtweigering geen vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag oplevert. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft gehandhaafd.