ECLI:NL:RBDHA:2024:22515
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandelingstelling aanvraag uitstel van vertrek
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat deze onvolledig was, ondanks dat verzoeker meerdere malen in de gelegenheid werd gesteld om aanvullende gegevens te verstrekken. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat er geen concreet zicht was op uitzetting en de enkele verplichting om Nederland te verlaten geen spoedeisend belang oplevert. Ook de opgelegde meldplicht veranderde hier niets aan.
Daarnaast was het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. De verwijzing naar de Vreemdelingencirculaire was terecht en verzoeker had niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens aangeleverd. Daarom bleef het besluit stand houden. Gezien deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buiten behandelingstelling van de aanvraag uitstel van vertrek wordt afgewezen.