ECLI:NL:RBDHA:2024:22440
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen van rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn zaak behandelde, omdat hij zich overvallen voelde door de wisseling van rechter en de vragen die aan hem werden gesteld zonder voorbereiding en zonder aanwezigheid van zijn gemachtigde.
Hij stelde dat de rechter een voorlopig oordeel had gevormd op een onjuiste juridische basis, procesadviezen gaf en de zaak inhoudelijk behandelde in afwezigheid van zijn gemachtigde, wat volgens hem de onpartijdigheid aantastte.
De wrakingskamer oordeelde dat een voorlopig oordeel geen grond voor wraking kan zijn en dat het stellen van vragen zonder voorbereiding geen schijn van vooringenomenheid oplevert. Ook de wisseling van rechter zonder kennisgeving is geen reden voor wraking.
Klachten over de wijze van bejegening zijn niet geschikt voor de wrakingsprocedure maar kunnen via een klacht bij het gerechtsbestuur worden ingediend.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de procedure voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.