ECLI:NL:RBDHA:2024:22424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken hechte persoonlijke banden
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1944, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar kleinkind en diens gezin in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af omdat er volgens hem geen sprake was van beschermwaardig familie- of gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege het ontbreken van hechte persoonlijke banden en bijkomende afhankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen langdurige samenwoning was, maar dat dit motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek niet tot schending van belangen leidde. Ook werd geoordeeld dat ondanks samenwoning, eiseres geen ouderlijke rol vervulde en dat de financiële en verzorgende afhankelijkheid onvoldoende was aangetoond.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht geen belangenafweging hoefde te maken omdat geen beschermwaardig familieleven werd vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1.750,-.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.