ECLI:NL:RBDHA:2024:2234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift naturalisatie
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verzoek tot naturalisatie af te wijzen. Het primaire besluit is op 31 oktober 2022 aan eiser uitgereikt, waarna hij op 10 december 2022 bezwaar indiende. Dit bezwaar werd echter pas op 28 december 2022 ontvangen, wat meer dan twee weken na het verstrijken van de zeswekentermijn was.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en het ontbreken van een verschoonbare reden. Eiser stelde dat hij redelijkerwijs niet in verzuim was en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en een vermeende onjuiste rechtsmiddelenverwijzing in het primaire besluit. De rechtbank oordeelde dat eiser het bezwaarschrift tijdig ter post had moeten bezorgen en dat hij rekening had moeten houden met langere verzendtijden vanuit het buitenland.
De rechtbank vond dat eiser ook gebruik had kunnen maken van alternatieve verzendmethoden zoals fax of e-mail. Daarnaast was geen sprake van een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing in het primaire besluit, zodat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.