ECLI:NL:RBDHA:2024:22049
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Belastingdienst mocht suppletieaangiften omzetbelasting buiten behandeling stellen wegens ontbreken machtiging moeder fiscale eenheid
Eiseres, voorheen onderdeel van een fiscale eenheid, diende suppletieaangiften omzetbelasting in over de jaren 2016 tot en met 2018. De Belastingdienst stelde deze buiten behandeling omdat een machtiging van de moedermaatschappij van de fiscale eenheid ontbrak. Eiseres vorderde in kort geding dat deze suppletieaangiften alsnog zonder machtiging in behandeling zouden worden genomen en dat de Belastingdienst de teruggaaf zou voldoen.
De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst een grote beleidsvrijheid heeft en slechts marginaal kan worden getoetst. Vast staat dat eiseres destijds deel uitmaakte van de fiscale eenheid en dat de moedermaatschappij de belastingplichtige was. De rechtbank volgt de Belastingdienst in haar standpunt dat een machtiging van de moeder vereist is en dat de door eiseres overgelegde machtiging ontoereikend is.
Eiseres kon geen onvoorwaardelijk recht op teruggave afleiden uit eerdere communicatie met de Belastingdienst. Ook is onvoldoende aannemelijk dat de moedermaatschappij nog aanspraak kan maken op teruggave. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat de Belastingdienst de suppletieaangiften buiten behandeling mocht stellen wegens ontbreken van een toereikende machtiging.