ECLI:NL:RBDHA:2024:21835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis van haar en haar minderjarige kinderen bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is het beroep tijdig ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere aard van de aanvraag bij een houder van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De minister moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek nodig is, dan geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €15.000, voor iedere dag dat de minister de termijn overschrijdt. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.