Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking in het kader van het op 30 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 te [geboorteplaats] , België.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- De vader, de moeder en [de minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
- De vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 september 2023 is de vaststellingsovereenkomst van partijen van 15 juli 2023 aangehecht, waarin zij, voor zover hier van belang, tijdens een traject crossborder mediation het volgende zijn overeengekomen:
- Artikel 3.1: De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zal zijn in Spanje, Marbella.
- Artikel 4.1: De ouders vinden het belangrijk dat zij de zorg voor [de minderjarige] kunnen delen. De moeder heeft werkverplichtingen voor de komende periode (tot oktober 2025) in Amsterdam. Zij zal daarom tot oktober 2025 van april tot oktober in Amsterdam moeten zijn voor opnames. Om dat te faciliteren spreken zij af dat de moeder in ieder geval in de periode daarbuiten, oktober tot april in Marbella zal zijn. Van april tot oktober zal zij voornamelijk in Amsterdam (Nederland) zijn. De ouders spreken af dat het uitgangspunt voor de zorg is dat [de minderjarige] bij de moeder woont en om het weekend van donderdag na school tot en met zondag 20.00 uur bij zijn vader is en iedere woensdag na school tot 20.00 uur bij zijn vader is. De ouders spreken de volgende opbouwregeling af: vanaf de eerste week dat moeder in Marbella is: