ECLI:NL:RBDHA:2024:21701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek studiekosten wegens betaling vóór binnenlandse belastingplicht
Eiseres, een studente met de Indiase nationaliteit, betaalde op 7 juli 2019 het collegegeld voor het studiejaar 2019-2020 aan de Universiteit Leiden, voordat zij zich op 5 augustus 2019 in Nederland vestigde en binnenlands belastingplichtig werd. De Belastingdienst weigerde de aftrek van studiekosten omdat de betaling plaatsvond vóór haar binnenlandse belastingplicht.
Eiseres stelde dat de betaling een depotstorting was, bedoeld om haar verblijfsvergunning te verkrijgen, en dat het collegegeld pas onvoorwaardelijk verschuldigd was vanaf 1 september 2019, de datum van haar inschrijving. De rechtbank oordeelde echter dat er op het moment van betaling al een rechtsverhouding bestond en een betalingsverplichting, en dat de betaling niet als depotstorting kon worden aangemerkt.
Verder werd het beroep op de antidiscriminatiebepaling in het Belastingverdrag Nederland-India 1988 verworpen, omdat het verschil in betalingstermijn gerechtvaardigd is door het belang van de staat bij het waarborgen van voldoende middelen voor verblijfsvergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op aftrek van studiekosten wordt ongegrond verklaard omdat de betaling plaatsvond vóór haar binnenlandse belastingplicht en geen depotstorting was.