ECLI:NL:RBDHA:2024:21671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is verstreken zonder besluit. Verweerder is rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend.
Verweerder voert aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd om aanvragen efficiënter te verwerken en verzoekt om aanhouding van de behandeling van het beroep of een ruime beslistermijn. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat aanhouding niet verenigbaar is met de aard van het rechtsmiddel en verweerder geen overmacht heeft aangetoond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.