ECLI:NL:RBDHA:2024:21551
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eigen faillietverklaring wegens misbruik van bevoegdheid en mogelijkheid tot turboliquidatie
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot haar eigen faillietverklaring, waarop de rechtbank Den Haag op 17 december 2024 in raadkamer heeft beslist. De rechtbank is bevoegd om deze insolventieprocedure te openen, aangezien het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
De rechtbank overweegt dat het doen van eigen aangifte faillissement kan worden misbruikt wanneer het belang bij de uitoefening niet opweegt tegen het belang dat daardoor wordt geschaad. Verzoekster heeft aangegeven dat zij een schuldenlast heeft van €136.277,11 verdeeld over drie schuldeisers en geen baten meer bezit. De ondernemingsactiviteiten zijn gestopt.
Gezien het ontbreken van baten zal een faillissement leiden tot werkzaamheden zonder vergoeding voor een curator en zonder uitkering aan schuldeisers. Verzoekster heeft de mogelijkheid om haar vennootschap te liquideren via turboliquidatie, waarbij de vennootschap zonder vereffening ophoudt te bestaan als er geen baten zijn. De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat het belang bij faillietverklaring zwaarder weegt dan het belang van de curator om niet geconfronteerd te worden met niet-verhaalbare salariskosten.
Verzoekster stelde dat zij door een schuldeiser is gedagvaard en geen middelen heeft om verweer te voeren, en dat een curator objectief kan beoordelen of de schuldvordering gegrond is. De rechtbank gaat hieraan voorbij omdat verificatie van schuldvorderingen pas aan de orde komt indien de faillissementsboedel dat rechtvaardigt, wat hier niet het geval is.
De rechtbank concludeert dat verzoekster naar redelijkheid niet had kunnen kiezen voor eigen aangifte in plaats van turboliquidatie en dat het verzoek misbruik van bevoegdheid inhoudt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid en de mogelijkheid tot turboliquidatie.