Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,de minister,
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse unieburger, betwist het besluit van de minister dat hij geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland. De minister stelde dit vast na een onderzoek naar aanleiding van politie-signalen over overlast en twijfel over zijn middelen van bestaan.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht onderzoek heeft gedaan en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende vijf jaar onafgebroken over voldoende middelen van bestaan beschikte en reële arbeid verrichtte. Het verzekeringsbericht van het UWV volstaat niet als bewijs van duurzaam verblijf. Ook na 2018 is niet gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft verkregen.
Verder is de gehanteerde vertrektermijn conform de Verblijfsrichtlijn en is er geen schending van hoorplicht of artikel 5 EVRM Pro. De belangenafweging mocht in het nadeel van eiser uitvallen vanwege zijn economische inactiviteit en overlast. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de minister heeft terecht vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft.