Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Ugandese nationaliteit, heeft in 2022 voor het eerst een asielaanvraag ingediend in Nederland. Deze werd niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk werd geacht op grond van het Dublin-systeem. Na een eerdere procedure en voorlopige voorziening werd het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, waardoor het besluit rechtsgeldig is geworden.
In juli 2024 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in, die wederom niet in behandeling werd genomen vanwege het claimakkoord met Polen. Eiser vreesde overdracht aan Polen vanwege mogelijke detentie en psychische klachten, onderbouwd met medische documenten en een politieverklaring. De rechtbank stelde ambtshalve de uiterste overdrachtstermijn aan de orde en concludeerde dat deze termijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op onrechtmatige detentie in Polen. Ook is niet gebleken dat medische zorg in Polen ontoereikend is. De asielaanvraag is daarom terecht niet in behandeling genomen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.