ECLI:NL:RBDHA:2024:21281
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 1 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van negen maanden, een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 25 oktober 2024 in gebreke en diende op 14 november 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn van maximaal 21 maanden is verstreken zonder besluit. De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel en stelt een uiterste beslistermijn van 8 weken na het verstrijken van de 21 maanden, zijnde 27 mei 2025. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Ook worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50. Hiermee wordt beoogd de minister te stimuleren tijdig en zorgvuldig te beslissen op asielaanvragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op uiterlijk 27 mei 2025 alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.