ECLI:NL:RBDHA:2024:21045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling verzoek aanvullende beurs zonder rekening te houden met vaderlijk inkomen
Eiseres verzocht om het inkomen van haar vader niet mee te laten wegen bij de vaststelling van haar aanvullende beurs vanwege een ernstig structureel conflict. Verweerder stelde dit verzoek buiten behandeling omdat eiseres niet binnen de gestelde termijn de gevraagde aanvullende verklaringen en documenten had ingediend, ondanks meerdere verzoeken en verlengingen.
Eiseres stelde dat het verzoek ten onrechte buiten behandeling was gesteld en dat zij niet tijdig en adequaat was geïnformeerd over welke stukken nog ontbraken, mede doordat een belangrijke brief niet aan haar gemachtigde was verzonden. Verweerder voerde aan dat de brief wel was ontvangen en dat eiseres voldoende gelegenheid had gekregen om de benodigde informatie aan te leveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om het verzoek buiten behandeling te stellen, omdat eiseres niet de noodzakelijke stukken had overgelegd. Het ontbreken van verzending aan de gemachtigde werd als een onvolkomenheid beoordeeld die geen benadeling opleverde. Ook werd vastgesteld dat verweerder niet verplicht was om alsnog inhoudelijk te beslissen over het verzoek nadat de informatie niet was aangeleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Eiseres werd erop gewezen dat zij te allen tijde een nieuw verzoek kan indienen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om loskoppeling blijft buiten behandeling wegens onvoldoende aanlevering van gevraagde informatie.