ECLI:NL:RBDHA:2024:2104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Roemenië
Eiser diende op 29 september 2023 een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij sinds 27 juni 2023 internationale bescherming geniet in Roemenië. Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn relatie met de partner via wie hij een verblijfsvergunning kreeg is verbroken en dat hij onder slechte omstandigheden in Roemenië leefde.
De rechtbank oordeelde dat de Eurodac-gegevens betrouwbaar zijn en dat eiser nog steeds internationale bescherming geniet in Roemenië. De rechtbank stelde vast dat het verkrijgen van een afhankelijke verblijfsvergunning via een voormalige partner voldoende is om te spreken van een sterke band met Roemenië volgens artikel 3:106a, tweede lid, Vb 2000.
Eiser voerde verder aan dat Roemenië niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling, mede vanwege slechte huisvesting en werkloosheid. De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang heeft tot rechten en voorzieningen in Roemenië of dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling.
Ook het argument van eiser over pushbacks werd verworpen omdat deze alleen aan de buitengrenzen van Roemenië plaatsvinden en niet voor statushouders die al bescherming genieten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag bevestigd.