ECLI:NL:RBDHA:2024:21017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontruiming wegens ontbreken minnelijk schuldsaneringstraject
Mevrouw heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet, waarmee de ontruiming van haar woning door Woonbron voor zes maanden zou worden verboden. De ontruiming stond gepland op 4 december 2024. De rechtbank heeft in een tussenvonnis een tijdelijk verbod opgelegd totdat een eindbeslissing kon worden genomen.
Tijdens de zitting bleek dat er geen minnelijk schuldsaneringstraject was gestart, noch dat dit op korte termijn zou gebeuren. Mevrouw beschikte niet over financiële stabiliteit; haar uitkering was in juni 2024 stopgezet en er was geen zicht op andere inkomsten. Hierdoor was het niet aannemelijk dat zij haar huur en kosten van levensonderhoud kon blijven betalen.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige voorziening van artikel 287b Fw geen zelfstandige voorziening is, maar slechts ondersteuning biedt aan een minnelijk traject. Omdat dit traject niet was aangevangen, werd het verzoek afgewezen. Tevens werd het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van benodigde stukken en het ontbreken van een minnelijk traject.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen ontruiming wordt afgewezen en het WSNP-verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.