ECLI:NL:RBDHA:2024:21
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering politiegegevens wegens ontbreken onjuistheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef van politie om politiegegevens uit een registratie van 23 februari 2020 niet te verwijderen. De registratie betreft bevindingen naar aanleiding van een melding over een ruzie in de woning van eiser. Eiser stelt dat de registratie onjuiste feiten bevat en verwijst naar een eerdere uitspraak van de Nationale ombudsman over een onrechtmatige huiszoeking.
De rechtbank overweegt dat het correctierecht op grond van artikel 28 Wpg Pro niet ziet op meningen of conclusies waarmee eiser het oneens is, maar op feitelijke onjuistheden. Niet in geschil is dat de politie op de genoemde datum ter plaatse is geweest. Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de registratie feitelijke onjuistheden bevat. De registratie bevat interne verslaglegging die noodzakelijk is voor de politietaak en heeft niet de bewijskracht van een ondertekend proces-verbaal.
De rechtbank acht het belang van het behoud van de registratie voor de algemene politietaak zwaarder dan het belang van eiser bij verwijdering. Ook acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de registratie zal leiden tot negatieve gevolgen voor eiser, zoals weigering van een verklaring omtrent gedrag. De registratie zal worden verwijderd zodra deze niet meer nodig is en uiterlijk vijf jaar na verwerking. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot verwijdering van politiegegevens wordt ongegrond verklaard.