ECLI:NL:RBDHA:2024:20944
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de asielaanvraag niet binnen de overdrachtstermijn van de Dublinverordening kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de minister om verzoeker voor die tijd over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, met opschorting van de overdrachtstermijn tot de zitting op 23 januari 2025. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.