Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[oppossant], opposant
tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 juni 2024 in het geding tussen
opposant,
en
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 13 juli 2023. De rechtbank had het beroep op 17 juni 2024 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur zou zijn ingediend.
In het verzet oordeelt de rechtbank dat de ingebrekestelling van 18 januari 2024 niet prematuur was, omdat de beslistermijn van 90 dagen plus verlenging van 3 maanden was verstreken. Hierdoor was het beroep tijdig en ontvankelijk ingediend. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen (€1.442), proceskosten (€437,50) en griffierecht (€187).
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het beroep wordt toegewezen en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder oplegging van dwangsommen.