ECLI:NL:RBDHA:2024:20897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: onvoldoende gemotiveerde afwijzing asielaanvraag Syriër met gezinsleven en schrijnendheid
Eiser, een Syrische tandarts, diende in juli 2022 een asielaanvraag in die door de Minister van Asiel en Migratie in januari 2023 werd afgewezen. Verweerder oordeelde dat eiser geen reëel risico op ernstige schade liep bij terugkeer naar Syrië, mede omdat eiser eerder in 2019 terugkeerde naar Syrië zonder problemen. Ook werd het gezinsleven met zijn dochter niet als zodanig erkend en werd een belangenafweging negatief voor eiser gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte is afgeweken van het uitgangspunt dat Syriërs bij terugkeer een reëel risico lopen en onvoldoende rekening hield met eisers persoonlijke omstandigheden, zoals zijn beroep, sjiitische achtergrond en medische problematiek. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom het gezinsleven met zijn dochter niet bestaat en waarom de belangenafweging ten nadele van eiser uitvalt.
Daarnaast heeft verweerder nagelaten te motiveren waarom geen gebruik is gemaakt van de ambtshalve bevoegdheid tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van schrijnendheid, ondanks het overlijden van eisers echtgenote en de medische situatie van eiser en zijn kleinzoon.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.