ECLI:NL:RBDHA:2024:20882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure en verzoek schadevergoeding
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in het kader van een grensprocedure. Eiser was op 17 november 2024 aangekomen op Schiphol en heeft op 18 november 2024 een asielaanvraag ingediend, waarna de maatregel werd opgelegd. Eiser stelde dat zijn verblijf tussen 17 en 18 november op Schiphol onrechtmatig was en dat de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel in het detentiecentrum in strijd was met het regime, mede vanwege lange opsluitingstijden en personeelskrapte.
De rechtbank oordeelt dat het verblijf in de lounge op Schiphol niet langer dan 24 uur duurde en dat een aparte procedure openstaat voor de beoordeling van die vrijheidsbeperking. Ook kan de rechtbank niet oordelen over de feitelijke uitvoering van het regime in het detentiecentrum, omdat hiervoor een andere rechtsgang openstaat en het arrest Landkreis Gifhorn daaraan geen afbreuk doet.
Omdat geen onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel is gebleken, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.