ECLI:NL:RBDHA:2024:20837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen afwijzing proceskostenvergoeding in asielprocedure
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 22 maart 2023, waarin het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt of deze afwijzing terecht was, gelet op de gronden van het verzet.
Opposant stelde dat de minister de beslistermijn voor zijn asielaanvraag niet rechtsgeldig had verlengd, omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelt dat de verlenging op grond van WBV 2022/22 niet van toepassing is, omdat de beslistermijn reeds eerder rechtsgeldig met negen maanden was verlengd.
Hierdoor ontstaat twijfel over de oorspronkelijke afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaart het verzet gegrond en zal het verzoek om proceskostenvergoeding alsnog inhoudelijk behandelen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding zal alsnog inhoudelijk worden behandeld.