ECLI:NL:RBDHA:2024:2074
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië van toepassing is, mede op basis van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en beschikbare rapporten. De door eiser aangevoerde risico's van pushbacks en onzorgvuldige behandeling in Kroatië zijn onvoldoende onderbouwd om hiervan af te wijken.
Verder is geoordeeld dat verweerder niet verplicht was om de individuele ervaringen van eiser in Kroatië te toetsen als bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Ook het verzoek om aanhouding van de zaak in afwachting van prejudiciële vragen wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter op 8 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.