ECLI:NL:RBDHA:2024:20699

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
NL24.42687
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42, vierde lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000WBV 2023/26
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser diende op 2 april 2024 een asielaanvraag in. Volgens de wettelijke beslistermijn van zes maanden zou de beslissing uiterlijk op 2 oktober 2024 genomen moeten zijn. Echter heeft verweerder de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van de WBV 2023/26, waardoor de termijn verlengd werd tot 2 juli 2025.

De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer van 20 november 2024 waarin werd geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Hierdoor was de ingebrekestelling van 4 oktober 2024 te vroeg ingediend, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken.

De rechtbank concludeert dat het beroep tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 4 december 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.42687

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 31 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 april 2024.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 2 april 2024 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 2 oktober 2024 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/26 [2] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 2 juli 2025 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van de meervoudige kamer van 20 november 2024 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/26 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 4 oktober 2024 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 27 december 2023, nummer WBV 2023/26, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2024 nr. 473.
4.Vreemdelingenwet 2000.