ECLI:NL:RBDHA:2024:20424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel grensbewaking en schadeverzoek
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat er geen noodzaak was voor detentie, hij legitieme documenten overlegd had, alternatieven niet waren onderzocht, en de communicatie met de Franse tolk niet effectief was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht kon aannemen dat geen minder ingrijpende maatregel effectief was en dat de psychische druk die eiser ervaart geen reden is om de maatregel te matigen. Ook was het rechtmatig dat verweerder onderzoek verrichtte naar het asielverzoek en dat de beslissing over de grensprocedure in beginsel na nader gehoor wordt genomen. De rechtbank vond geen schending van het Vluchtelingenverdrag en geen bewijs dat de communicatie met de tolk Frans onvoldoende was.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat bezwaren tegen het asiel- en terugkeerbesluit niet in deze procedure kunnen worden behandeld. Omdat geen onrechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel was vastgesteld, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.