ECLI:NL:RBDHA:2024:20422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadeverzoek in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel betrof bewaring in het kader van het grensbewakingsbelang. De bewaring is op 24 november 2024 opgeheven, waarna de rechtbank het beroep schriftelijk heeft behandeld.
Eiser stelde dat hij zonder wettelijke grondslag langer dan 24 uur in de lounge heeft verbleven en dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het opnemen van zijn asielaanvraag. De rechtbank overwoog dat het verblijf in de lounge voor één nacht acceptabel is volgens jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en dat het eerdere verblijf niet aan verweerder kan worden toegerekend.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder een redelijke termijn moet krijgen om onderzoek te doen naar de asielaanvraag en dat het overleggen van een Mauritaans paspoort onvoldoende is om de maatregel onrechtmatig te achten. De bewaring is opgeheven na het nader gehoor vanwege medische redenen, wat als voortvarend handelen wordt gezien. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen omdat de maatregel niet onrechtmatig was.