ECLI:NL:RBDHA:2024:203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanvullende werkelijke schadevergoeding kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde aanvullende werkelijke schadevergoeding van €49.674 in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Zij stelde dat zij meer materiële en immateriële schade had geleden, onder meer door studievertraging, inkomensschade en registratie in het FSV-systeem.
De Commissie Werkelijke Schade (CWS) had een advies uitgebracht waarin slechts een deel van de door eiseres opgevoerde schadeposten werd erkend en vergoed. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overige schadeposten, zoals studievertraging, vermoeidheidskliniek, tandartskosten en vermogensschade, causaal verband houden met de toeslagenproblematiek.
De rechtbank bevestigt dat het advies van de CWS zorgvuldig en navolgbaar is en dat verweerder terecht het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen hogere aanvullende schadevergoeding toegekend dan reeds toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de aanvullende werkelijke schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van €49.674 bevestigd.