ECLI:NL:RBDHA:2024:20220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Kroatië heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem, waaronder risico's op pushbacks en schendingen van mensenrechten, onderbouwd met rapporten en eigen ervaringen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië bevestigt. Ook het claimakkoord tussen Nederland en Kroatië wordt als voldoende garantie gezien dat Kroatië zijn verplichtingen zal nakomen.
Geconcludeerd wordt dat de minister terecht heeft gehandeld en het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiser mag worden overgedragen aan Kroatië en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Kroatië.