ECLI:NL:RBDHA:2024:20059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens juju-priester weigering en schuld aan mensensmokkelaar
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht asiel vanwege problemen na weigering om zijn overleden vader als juju-priester op te volgen en een openstaande schuld aan een mensensmokkelaar. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij de geloofwaardigheid van deze problemen werd betwijfeld.
De rechtbank oordeelt dat de correcties van eiser niet bij de besluitvorming zijn betrokken, maar dat dit zijn belangen niet schaadt omdat zijn standpunten alsnog zijn meegewogen. De rechtbank acht de verklaringen over het juju-priesterschap en de schuld aan de mensensmokkelaar onvoldoende geloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden, gebrek aan bewijs en het ontbreken van acute dreiging.
Hoewel het beroep gegrond is wegens een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, blijft de rechtsgevolg van afwijzing in stand omdat eiser zich niet onverwijld heeft gemeld na binnenkomst in Nederland. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van €1.750 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege niet onverwijld melden; minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.