Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.De bewijsbeslissing
feit 4
bijlage IIopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
nhem, verdachte, en [medeverdachte] en meerdere tot op heden onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
met anderen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 2] en [naam 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
met anderen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen
met anderen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 6] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
ABN AMRObank,
met anderen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door
met anderen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
bijlage IIIaan dit vonnis is gehecht) onder 4 genoemde voorwerp (€ 55,00) zal worden verbeurdverklaard.
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN;
niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;
4 (VIER) MAANDEN;
bijlage III) onder 4 genoemde voorwerp, te weten: