ECLI:NL:RBDHA:2024:19998

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
C/09/24/117 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 25 november 2024, waarbij ook de schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

Hoewel recent een strafbeschikking is opgelegd wegens het besturen van een motorrijtuig zonder geldig rijbewijs, is de heer verzoeker inmiddels in het bezit van een geldig rijbewijs. Dit leidde tot een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet, dat door de rechtbank werd gehonoreerd. De schuld aan het CJIB betreft een beperkt bedrag en verzoeker toont voldoende motivatie en vermogen om aan de verplichtingen van de WSNP te voldoen.

De rechtbank legt uit dat tijdens het WSNP-traject van achttien maanden onder meer een postblokkade geldt en dat bij naleving van alle verplichtingen een schone lei wordt verkregen. De rechtbank besluit de WSNP toe te passen, stelt de termijn vast, benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder, en bepaalt dat de bewindvoerder de post mag inzien en een voorschot op vergoeding mag nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule voor een periode van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/24/117 R
vonnis van 28 november 2024
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 25 november 2024. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan de heer [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- de heer H.C. Wolbers, schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland,
- mevrouw M. Giffard, beschermingsbewindvoerder van Finad Dienstverlening.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
De heer [verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat recent een schuld bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) is ontstaan. Aan de heer [verzoeker] is op 11 december 2023 een strafbeschikking opgelegd wegens ‘
Besturen motorrijtuig na ongeldigverklaring rijbewijs’. Deze schuld dient in principe als niet te goeder trouw te worden aangemerkt en kan daarmee aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staan.
Beroep op hardheidsclausule
2.3.
Namens de heer [verzoeker] is een beroep gedaan op de zogenoemde hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet. Dat beroep slaagt. Uit de stukken en het besprokene op de zitting volgt dat het niet de verwachting is dat in de toekomst aan de heer [verzoeker] meer strafbeschikkingen of boetes zullen worden opgelegd. De heer [verzoeker] is nu namelijk in het bezit van een geldig rijbewijs.
Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat het restant van de schuld aan het CJIB (€ 315,20) een beperkt deel van de totale schuldenlast is en dat de heer [verzoeker] zich bewust is van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, waaronder de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. Hij is voldoende gemotiveerd en in staat die verplichtingen na te komen. Dit betekent dat de heer [verzoeker] wordt toegelaten tot de WSNP.
2.4.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtsverplichting.
2.5.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [verzoeker] .
2.6.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als de heer [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf
28 november 2024;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt en tot bewindvoerder:
P. Adam (Adam & Noordzij Bewindvoering),
Postbus 7441,
3284 ZG Zuid-Beijerland;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met C. Groesbeek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2024.