ECLI:NL:RBDHA:2024:19967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
NL24.36514, NL24.36516, NL24.36518, NL24.36520, NL24.36522 en NL24.36524
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbDublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen asielzoekers wegens vertrek met onbekende bestemming

Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank onderzoekt ambtshalve of eisers nog procesbelang hebben.

Verweerder meldt dat eisers op 13 november 2024 met onbekende bestemming zijn vertrokken en dat er geen contact meer is tussen eisers en hun gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat vreemdelingen die zonder bericht met onbekende bestemming vertrekken geen prijs meer stellen op bescherming, tenzij zij contact onderhouden met hun gemachtigde.

Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeert de rechtbank dat eisers geen procesbelang meer hebben bij de beroepen. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.36514, NL24.36516, NL24.36518, NL24.36520, NL24.36522 en NL24.36524

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1] , V-nummer: [V-nummer 1]

[eiser 2], V-nummer: [V-nummer 2]
[eiser 3], V-nummer: [V-nummer 3]
[eiser 4], V-nummer: [V-nummer 4]
[eiser 5], V-nummer: [V-nummer 5]
[eiser 6], V-nummer: [V-nummer 6]
[eiser 7], V-nummer: [V-nummer 7]
hierna gezamenlijk aan te duiden als: eisers
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder.
(gemachtigde: mr. E. Amtink).

Procesverloop

Bij besluiten van 18 september 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling hiervan.
Tegen de bestreden besluiten hebben eisers op 19 september 2024 beroepen ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eisers procesbelang hebben bij de beroepen. Verweerder heeft op 22 november 2024 meegedeeld dat eisers volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 13 november 2024 met onbekende bestemming zijn vertrokken. Op 26 november 2024 heeft de gemachtigde van eisers meegedeeld geen contact meer te hebben met eisers.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. [1]
3. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eisers neemt de rechtbank aan dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en dat zij geen prijs meer stellen op de door hun aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom hebben eisers geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van de door hun ingestelde beroepen tegen de bestreden besluiten.
4. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 28 november 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.