ECLI:NL:RBDHA:2024:19961
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar meerderjarigenopvang vanwege twijfel geboortedatum
Verzoeker, die aanvankelijk verklaarde in 2006 geboren te zijn, werd door het COa overgeplaatst van een minderjarigenopvang naar een meerderjarigenopvang. Verzoeker stelde dat zijn geboortedatum 2008 is, gebaseerd op een vergissing bij de omrekening van de Ethiopische kalender. De minister voerde een leeftijdsschouw uit en hield de geboortedatum 2006 aan. Het COa baseerde daarop het overplaatsingsbesluit.
Verzoeker maakte bezwaar en diende een verzoek om voorlopige voorziening in, dat op 5 november 2024 werd behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het COa, gelet op de memo van de minister en het ontbreken van onderbouwende documenten van verzoeker, mocht uitgaan van de geboortedatum 2006. De verklaring van de voogd van Stichting Nidos werd niet doorslaggevend geacht.
Het COa had overleg met de minister en hield rekening met de opvangbehoefte van verzoeker, inclusief begeleiding door Stichting Nidos. De voorzieningenrechter vond dat het COa niet hoefde te wachten op een beslissing van de minister over de geboortedatumwijziging en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen.
Er werd vrijstelling van griffierecht verleend vanwege betalingsonmacht. Het oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overplaatsing naar een meerderjarigenopvang wordt afgewezen.