ECLI:NL:RBDHA:2024:1996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek uit Nederland
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 8 januari 2023 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 4 december 2023 af als ongegrond. Eiser en de staatssecretaris gaven aan geen behoefte te hebben aan een zitting, waarna de rechtbank het onderzoek schriftelijk afsloot.
De rechtbank moest beoordelen of eiser nog procesbelang had bij zijn beroep. De staatssecretaris meldde dat eiser op 11 januari 2024 zelfstandig zijn woonruimte had verlaten met onbekende bestemming. De gemachtigde van eiser gaf op 29 januari 2024 aan geen contact meer met eiser te hebben.
Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat de rechtbank ervan uit dat een vreemdeling die zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde en zonder verblijfplaats door te geven Nederland verlaat, geen prijs meer stelt op bescherming. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en vertrokken is, heeft hij geen belang meer bij de behandeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier V. Bouman op 9 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek uit Nederland met onbekende bestemming.