ECLI:NL:RBDHA:2024:19955
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Op dezelfde dag is het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. J.L. Boxum, voorzieningenrechter, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.