Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft nog geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend en gegrond is.
De minister voert aan dat het FIFO-principe wordt toegepast en verzoekt om aanhouding van de behandeling of een ruime beslistermijn en verlaging van de dwangsom. De rechtbank wijst deze verzoeken af en oordeelt dat aanhouding niet passend is gezien de aard van het rechtsmiddel en dat de dwangsom niet verlaagd wordt.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijkheid tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 vastgesteld en wordt de minister veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig beslissen.